Vanuit mijn expertise als onafhankelijk professional, heb ik in de afgelopen periode als kwartiermaker mogen optreden voor Stichting Platform Talent voor Technologie (PTvT). Onze gezamenlijke opdracht kwam van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
De kern van deze opdracht was om de basis te leggen voor de onderwijs- en educatielijn van het Robotiseringsprogramma, dat in 2026 van start zal gaan. De urgentie is duidelijk: de primaire landbouw- en glastuinbouwsector kampt met oplopende arbeidsschaarste, waardoor de noodzaak tot digitalisering, mechanisering en robotisering toeneemt.
Als techneut met meer dan 20 jaar ervaring op het snijvlak van onderwijs en arbeidsmarkt, was mijn focus om een cruciale brug te slaan tussen de ‘groene’ en de ‘technologische’ (vaak ‘grijze’ genoemd, hoewel die term techneuten niet aanspreekt) werelden. We hebben ons hierbij gericht op de plantaardige sector.
De aanpak en belangrijke inzichten
Gedurende het traject, dat onder andere bestond uit interviews met een breed scala aan stakeholders – van boeren en tech-leveranciers (zoals Fedecom en AVAG) tot MBO, HBO en WO-instellingen – hebben we de essentiële knelpunten en, belangrijker nog, de succesfactoren geïdentificeerd.
Onze analyse heeft geleid tot verschillende cruciale inzichten die de basis vormen voor het strategisch plan van aanpak dat aan het ministerie van LVVN is overgedragen:
- De Kracht van Projectgestuurd Leren (Leer-Werk Methodiek): Om technisch talent aan te trekken en de groene sector aantrekkelijker te maken, moeten we stoppen met te veel theoretisch onderwijs. Studenten — van MBO tot HBO — moeten worden uitgedaagd met authentieke, projectgestuurde opdrachten die een duidelijke maatschappelijke relevantie hebben, zoals bijdragen aan duurzaamheid of voedselproductie. Dit wekt een intrinsieke leervraag op, waardoor het leren “slechts bijzaak” wordt.
- Focus op de ‘Gereedschapskist’: Genereieke Vaardigheden: In plaats van te investeren in specifieke, verouderende machines in het klaslokaal, moet het onderwijs zich richten op het aanleren van generieke, toekomstbestendige vaardigheden (zoals data-analyse, sensortechniek en mechatronica). De praktijkervaring met de nieuwste technologieën moet worden opgedaan in regionale bedrijven of fieldlabs.
- De Cruciale Rol van de Kennisverbinder: Een historisch probleem is dat de agrariër niet altijd weet welke technologische oplossing mogelijk is – of “weet niet wat hij niet weet”. Er is een tekort aan personen die de kloof tussen de agrarische praktijk, de technologische sector en het onderwijs kunnen overbruggen. Deze ‘kennisverbinder’ is cruciaal om de latente vraag te articuleren en de agrariër te ontzorgen. Deze persoon moet een dubbele skill bezitten: zowel inzicht in de agrarische en bedrijfseconomische praktijk als in de techniek én de onderwijsmogelijkheden.
- Dichten van het TRL-gat: Er is een knelpunt bij het opschalen van veelbelovende concepten (TRL 4-7) naar de praktijkrijpheid (TRL 7-9). MBO- en HBO-studenten kunnen in deze fase worden ingezet voor de concretiseringsslag, bijvoorbeeld door het fine-tunen van prototypes of het ontwikkelen van gebruikersinterfaces.
- Randvoorwaarden voor Actie: Om snel resultaat te boeken, hebben we geadviseerd om de vooral de bestaande ruimte in het onderwijscurriculum te benutten, in plaats van het langdurige proces van het wijzigen van kwalificatiedossiers. Essentieel is ook de bestuurlijke flexibiliteit in projectplanning om aan te sluiten bij de seizoensgebondenheid van de landbouw, en het beschikbaar stellen van werkbudgetten (‘handgeld’) zodat studententeams snel materialen kunnen aanschaffen.
Het gerealiseerde plan
Het strategisch plan van aanpak en het evaluatierapport zijn inmiddels opgeleverd aan het Ministerie van LVVN. Dit advies is gebaseerd op een geïntegreerde visie, waarbij de aanbevelingen geclusterd zijn in drie onderling afhankelijke actiepijlers: de leer-werkmethodiek, het versterken van docent- en netwerkcapaciteit, en het realiseren van de benodigde experimenteeromgevingen.
De borging van dit programma moet integraal onderdeel zijn van het bredere, meerjarige innovatieprogramma ‘Robots naar de boerenpraktijk’ en dient bestaande infrastructuren zoals practoraten, lectoraten, en Fieldlabs te versterken.
Hoewel het rapport en de aanbevelingen momenteel alleen voor intern gebruik bij LVVN zijn en de inhoud dus niet in detail gedeeld kan worden, ben ik zeer tevreden met de fundamenten die we hebben gelegd om groen en techniek structureel dichter bij elkaar te brengen. We hebben helder in kaart gebracht hoe LVVN kan investeren in het menselijk kapitaal en de netwerken om de transitie naar een gerobotiseerde plantaardige sector te versnellen.
Marcel van Wijk, Kwartiermaker Robotiseringsprogramma Onderwijs (PTvT/LVVN).


